Mijn kind luistert niet.

Mijn kind luistert niet.

Grenzen stellen, afbakenen, nee zeggen … het is een onderdeel in de opvoeding waar veel ouders moeite mee hebben. Waarom luistert je kind niet als je iets vraagt? Ik wil jullie graag meenemen in verschillende aspecten die hiermee te maken hebben. Deze keer niet 1 blogbericht, maar er zullen verschillende blogberichten verschijnen over dit thema.

Is je hart gebroken als je kind huilt?

het verdriet van het kind lijkt ons verdriet te zijn.
Veel ouders voelen het gehuil en verdriet van hun kind tot in hun eigen hart. Jij ook?

We willen dat ons kind gelukkig is – nu en voor altijd. Bij elke peuter- en kleutercrisis voelen we medelijden. Een gevoel van machteloosheid overvalt ons als ons kind gefrustreerd is. De vraag komt bij je op: “Ach ja, waarom zou het eigenlijk niet mogen?” en de kans is groot dat je alsnog toelaat waar je eerder ‘nee’ op had gezegd. In een reeks van blogposts wil ik jullie duidelijk maken dat opvoeden een langetermijn-opdracht is. Ons hart zal vervuld zijn van blijdschap als we zien dat onze kinderen zelfzeker in het leven kunnen staan. Als we zien dat onze kinderen veerkrachtig zijn en de bijhorende tegenslagen op een gezonde manier kunnen overwinnen. Het leven is geen ponykamp, toch? Om dat te bereiken is er tijd in de kinderjaren om te oefenen, om te groeien in vaardigheden. Daarom hoort omgaan met woede, verdriet, teleurstelling, frustratie, begrenzing, … er zeker bij.

In deze reeks van blogposts ga ik in op volgende onderdelen:

  1. waarom luistert mijn kind niet naar mij?
  2. waarom is het belangrijk dat ik grenzen stel?
  3. hoe komt het dat ik daar zoveel moeite mee heb? Ik wil niet vanuit macht opvoeden.
  4. hoe moet ik grenzen stellen?
  5. wat moet begrensd worden?

Het kind heeft een eigen willetje.

Je kind heeft zijn eigen persoonlijkheid. Daar zitten familiale gelijkenissen is, maar daarnaast is het kind ook gewoon een eigen persoon. Hoe die persoonlijkheid tot stand komt, dat is een verhaal van ontwikkeling. Je ziet nog niet alles van zijn persoonlijkheid in de wieg. Gedurende zijn leven zijn er mensen en situaties die deze ontwikkeling ook sterk beïnvloeden. De manier waarop wij het kind opvoeden, heeft dus zeker een invloed op de latere persoonlijkheid van het kind.

Een baby toont nog niet zijn karakter en heeft nog weinig inbreng in zijn eigen leven. De baby is vooral het ritme van zijn eigen gewaarwordingen aan het voelen: honger, koud, moe, ziek, overprikkeld, … dat zijn zaken waar een baby op reageert. Als ouder proberen we alle signalen te zien en er op in te spelen: eten geven, slapen, bij je nemen, contact maken, …

Vanaf een maand of 5-6 verandert er iets belangrijks bij je kind: zijn geheugen begint te werken. Hij begint te onthouden: jouw gezicht, geluidjes uit de omgeving, handelingen die steeds terugkeren, … Vanaf dan begint je baby ook heel goed te weten welk effect zijn gedragingen hebben op jou. Kleine subtiele lichaamssignalen doen ons tot actie overgaan én de baby leert de verbanden tussen zijn gedrag en onze reactie.

Enkele voorbeelden, je kan vast wel eigen situaties bedenken:

armen uitstekenwij pakken het kind op
huilen uit frustratie omdat iets niet luktwij veren recht om het kind te komen helpen
lachen van plezier in badwe genieten van zijn blijheid en laten hem nog wat langer ploeteren in het water
wanneer de baby weet dat hij met zijn gedrag onze reactie kan uitlokken

Eerst jou leren vertrouwen, en je dan rond hun vinger draaien…

Zo leert het kind dat wij ingaan op zijn signalen. Dat is ook nodig, want het kind moet leren door ondervinding dat hij ons kan vertrouwen. We worden zijn numero-uno’s om op terug te vallen. We zijn het vangnet voor zijn dagelijkse strubbelingen. In extreme situaties wordt er niet (of totaal onvoldoende) ingegaan op zijn signalen en leert het kind geen vertrouwen te hebben in volwassenen. Dat heeft een negatieve invloed op zijn mogelijkheid om later met andere mensen in relatie te gaan.

Moeten we dan zomaar reageren op al zijn signalen om te tonen dat hij ons kan vertrouwen? Is zijn wil dan wet? Nee, dat is het ook niet. Dat maakt het opvoeden zo boeiend en tegelijk ingewikkeld. Soms stuurt het kind signalen uit onder het mom van ‘ik wil NU dát!’, maar is dat niet de werkelijke behoefte van het kind.

Onder het zichtbaar gedrag zit een onvervulde behoefte.
Onder het zichtbaar gedrag zit een onzichtbare – onvervulde – behoefte.

Opvoeden is leren zien wat je kind echt nodig heeft.

Nadat het kind geleerd heeft dat jij hem heel graag ziet en er altijd bent voor hem, zullen er nog periodes zijn waarin hij averechts doet (het is maar een fase, het is maar een fase, het is maar een fase, …). Dat is best lastig, want het gaat tegen onze warme-liefdevolle-zorgende ingesteldheid in. Hét hoogtepunt van die moeilijke periode is uiteraard de peuterpuberteit. Zo iets voor de tweede verjaardag en de maanden daarna, gaat het kind zich afzetten tegen al wat jij zegt. Onze warme, liefdevolle, zorgende aanpak zal dan niet voldoende zijn voor het kind. Op die momenten heeft hij nood aan iemand die bij zijn standpunt blijft én ook toont dat je het kind erkent in zijn behoeften.

De aanleiding voor lastig gedrag is bijna nooit de werkelijke oorzaak. De echte oorzaak is wat we niet zien. Onder de zichtbare top van de ijsberg zit een behoefte die (nog) niet vervuld werd.

Hieronder zie je enkele voorbeelden van onvervulde behoeftes:

onrustig door overprikkelingnood aan rust, minder prikkels, ontprikkeling
woede vanuit onbegripnood aan iemand die de verwachting verduidelijkt
weerstand tegen iets wat verplicht wordt nood aan eigen inbreng, drang naar eigen invloed op de situatie (zie verder)
niets meer aankunnen omdat het kind vermoeid isnood aan rust, slapen
onvervulde behoeftes leiden tot lastig, ongewenst gedrag

Wat het kind nodig heeft… verbinding met jou.

Nu we weten dat er onvervulde behoeftes onder het lastig gedrag zitten, is de volgende vraag of we dan altijd aan die behoeftes moeten voldoen. Nee, dat kan ook niet. Een kind kan niet altijd beslissen over alles, het is niet altijd mogelijk om al te gaan slapen, het is niet altijd mogelijk om direct te eten als het honger heeft, …

Het is onze ouderlijke taak om het kind de nodige structuur en richting aan te bieden. Daar moet je niet aan twijfelen. Maar de kunst zit er in dat je als ouder verbinding maakt met je kind door ook die behoefte te zien en te benoemen. Zeg het gerust dat je ziet dat hij het lastig heeft en honger heeft. Maar blijf tegelijkertijd bij je idee en blijf de structuur aanbieden.

verbindend communiceren, behoeften benoemen, beslissingen nemen, gezag hebben, structuur bieden
Erken de emotie en behoefte bij je kind. Maar neem ook de beslissing in eigen handen. Zo blijf je in verbinding met je kind.

Behoefte aan autonomie

Dikwijls ontstaat er een kindercrisis omdat het kind geen inbreng had in de situatie. De behoefte aan autonomie – zelfstandigheid – is een onderdeel van het ontwikkelen tot een volwassene die zelfzeker in het leven kan staan.

We kunnen niet verwachten dat volwassenen eigen, echte, beslissingen kunnen maken – en er ook de verantwoordelijkheid voor opnemen én de gevolgen ervan aanvaarden – als ze dat nooit eerder in hun kindertijd hebben kunnen doen.

Vanaf dat het kind ontdekt dat het door weerstand en weigering een eigen invloed kan hebben op de situatie, wil het gaan onderzoeken tot hoever het recht op eigen beslissingen gaat. Uiteraard weten wij als volwassene dat ze niet alles kunnen bepalen, maar dat moet het kind nog ondervinden. Hoe duidelijker jij als volwassene die grens aangeeft, hoe makkelijker het kind ze ook zal aanvaarden. Maar de behoefte aan autonomie blijft wel bestaan. Dus let als ouder er op dat je het kind regelmatig iets laat kiezen.

Levenslessen bij de keuze van je onderbroek.

“Die rode of die blauwe onderbroek?” ‘Ik wil mijn zwembroek aandoen”, “Nee, nu kan je niet je zwembroek aandoen, kies rood of blauw.” In dit voorbeeld bied je een kader aan: er is keuze tussen twee. Het kind moet nu aanvaarden dat het niet buiten het kader kan kiezen. Laat dan ook geen andere keuze toe. Lukt het niet om te kiezen, dan neem je weer over. “Okee, je kan nu niet kiezen, dan doet mama het. Ik kies voor de rode.” Grote kans dat het kind dat alsnog snel zegt dat het die blauwe onderbroek wil… Om correct te zijn, blijf je nu bij je standpunt en laat je niet toe dat het kind jouw beslissing terug omdraait.

Het lijkt stom, omdat het over een banale onderbroek gaat, maar er zit veel meer achter die ene passage dan dat. Natuurlijk is het voor jou gelijk welke kleur van onderbroek hij draagt en zelfs als hij zijn zwembroek zou aandoen, is er geen groot probleem. Maar als je alsnog toegeeft, leert het kind:

  • “Telkens ik iets zeg, verandert mama haar beslissing. Zo krijg ik mijn zin.”
  • Mama is niet overtuigd van haar beslissingen, dus ik doe lekker mijn eigen zin.
  • en ook: mama bied mij geen stabiel kader aan waarbinnen ik mag functioneren. Ik kan die grens altijd bewerken

Geen eenvoudige opdracht

Is het een drama als je dit principe niet altijd goed toepast? Nee natuurlijk niet! Niemand is perfect en onfeilbaar. Laat dat heel duidelijk zijn!!! Praat je zelf zeker geen schuldgevoel aan. Want dat is één van de valkuilen bij het opvoeden. Wil je de 5 valkuilen van het opvoeden weten, lees dan mijn gratis e-book.

Maar het is niet omdat je voorheen niet altijd zo duidelijk was tegen je kind, dat je het nu niet kan blijven proberen.

En wil je hierbij geholpen worden? Dan kan zeker. Als opvoedexpert sta ik je graag bij in dat proces van zelfzeker ouderschap. Bekijk het aanbod op deze pagina. Je kan online een afspraak maken.

Ontvang de nieuwsbrief

Zo ben je als eerste op de hoogte van nieuws en aanbiedingen. Je krijgt gratis tips en advies ivm opvoeden en ouderschap. Uitschrijven kan op eenvoudig verzoek. 

Gelukt! Check je spam-box en voeg mij toe aan je contacten. Tot gauw!